De bewoners van een Hongaars provinciestadje vergapen zich aan de belangrijkste attracties van het circus: het opgezette skelet van een walvis en een geheimzinnige ‘Prins’ die als een ware demagoog de bevolking in zijn greep probeert te krijgen en het stadje meesleurt in een collectieve vernietigingsroes. Terwijl sommige inwoners hun greep op de gebeurtenissen kwijtraken, proberen anderen een slaatje te slaan uit de ontstane wanorde.
Zes jaar na het monumentale, zeven uur en een kwartier durende ‘Sátántangó’ komt Béla Tarr met een nieuw meesterwerk. ‘Werckmeister Harmóniák’, 'slechts' tweeënhalf uur lang, draagt onmiskenbaar het handelsmerk van de Hongaarse meester, door sommigen gezien als de enige ware opvolger van Andrej Tarkovski. Zoals gebruikelijk filmt Tarr in zwart-wit en speelt het verhaal zich af op het Hongaarse platteland.
Béla Tarr (Pécs, 1955) studeerde aan de Hongaarse film- en televisieacademie in Boedapest en verwierf in de jaren tachtig en negentig status als Hongarije’s belangrijkste avant-gardefilmer. Hij werkte vier jaar lang Tarr aan ‘Werckmeister Harmóniák’, samen met het team achter ‘Sátántangó’: cameraman Gàbor Medvigy, die tekende voor het merendeel van de opnames, componist Mihály Vig en schrijver László Krasznahorkai.











