In de koloniale tijd stond het Indonesische eiland Sumba bekend om zijn slavenmarkten, die door koninklijke families werden gerund. Tegenwoordig bestaat deze slavernij nog steeds. De Ata, of 'dienaren', zijn eigendom van families uit de hoogste kaste, de Maramba.
Terwijl de lokale activist Jeremy Kewuan een zaak van mensenhandel onderzoekt, ontmoet hij een Maramba-sjamaan die sterk gelooft in zijn voorouderlijk recht op slavenbezit. Op zijn erf werken tot slaaf gemaakte kinderen, sommigen nog geen tien jaar oud, bij wie het schrijnende bewijs van lijfstraffen op hun huid zichtbaar is.
Kewuan is vastbesloten deze tragische praktijken aan het licht te brengen in de hoop er een einde aan te kunnen maken en wordt daarbij geconfronteerd met de onzichtbare kracht van ideologie en geloof. Uiteindelijk weet Jeremy een tot slaaf gemaakt meisje van acht jaar te bevrijden – een kleine overwinning in een schrijnende realiteit.








